Herstel van Vertrouwen !
Dit was de titel van het betoog van leo Bisschops op de raadsvergadering van 13 februari 2012 over de perikelen bij de gemeentelijke organisatie.

Voorzitter,
Best-Open is, met de andere initiatiefnemers PVDA en JO, blij dat we vanavond eindelijk dit openbare debat kunnen voeren. Het heeft lang geduurd. We hadden het graag eerder gewild. Toch zijn we niet ongelukkig dat het wat langer heeft geduurd. Want daardoor hebben we ons beter kunnen verdiepen in wat er nu speelt in de totale ambtelijke en bestuurlijke organisatie. En vooral : de samenhang tussen alles. We hebben ons verdiept in de beschikbare stukken, vele gesprekken mogen voeren met mensen binnen en buiten de organisatie en onze mening getoetst met hoor- en wederhoor. En we hebben er ook geen geheim van gemaakt dat we dat deden. Ik dank ieder voor alle openhartigheid en het zich ook kwetsbaar durven opstellen.
Het geschil met OD-consult en de feiten volgens van Vugt en Janssen. Een schoolvoorbeeld van hoe een optelsom van feiten nog geen inzicht biedt.
Want na een uitvoerige reconstructie van de voorgeschiedenis komt pas op het einde van het rapport het grote dilemma op tafel: op 13 september 2011 valt het collegebesluit in zee te gaan met OD-consult. Zonder dat in het collegebesluit gewag wordt gemaakt van ontbindende voorwaarden. Ook niet bij de vaststelling van de notulen ,een week later. Die worden, aldus de onderzoekers, ook niet genoemd in de mededeling van dat besluit aan de medewerkers, ook niet in de informatie naar de Raad en in de antwoorden aan het CDA. Niets!
Ambtelijk wordt aan OD-consult al meegedeeld dat het college positief heeft beslist en wordt een conceptovereenkomst klaargemaakt, aan OD-consult voorgelegd en door deze geaccordeerd. Ook daar geen spoor van ontbindende voorwaarden!
En dan gebeurt er iets bijzonders. Na het positieve collegebesluit heeft de directeur bedrijfsvoering met twee andere ambtenaren het zoveelste gesprek met OD-consult. De directeur bedrijfsvoering maakt van dat gesprek een samenvattend, naar ons idee sterk persoonlijk ingekleurd verslag, op basis waarvan het college vervolgens, op 4 oktober besluit af te zien van de projectinvulling , zoals door OD voorgesteld, met alle (financiļ¿½le) gevolgen van dien.
Wat doen de onderzoekers met dit gegeven? Zij verbazen zich over deze gang van zaken (blz41), praten indringend met betrokkenen maar eindigen aldus: “Alles overziende kunnen de onderzoekers niets anders concluderen,dat op het cruciale moment, 13 september 2011, de bestuurlijke en ambtelijke communicatie over de besluitvorming van het college onvolledig en daardoor onvoldoende is geweest.”(blz42)
Ondanks hun “indringend gevraag” laten de onderzoekers het bij het uitspreken van hun verbazing en spitten niet verder. Aangereikte dossiers door ondervraagden en hun commentaar wordt niet gebruikt. Deze conclusie had het college ook al maanden eerder kunnen trekken,was dit onderzoek niet nodig is het zonde van de 20.000 euro. Deze optelsom van feiten geeft hier geen inzicht!
Vraag: is het college het met Best-Open eens dat het te betreuren is dat de onderzoekers niet verder onderzocht hebben wat de feitelijke ambtelijke beweegredenen waren niet door te gaan met OD-consult? Is het waar dat de ambtelijke weergave van het gesprek op 28-9-2011 met OD-consult en op basis waarvan het college besloot niet door te gaan met OD-consult, haaks stond op de beleving van andere deelnemers aan dat gesprek en zo ja, wat is de mening van het college daarover?
Wij hechten groot belang aan uw antwoord omdat hier ,naar ons idee, ook de feitelijke beweegredenen gezocht moeten worden voor het “lekken’.
Voorzitter. Het conflict met OD-consult kan niet los worden gezien van de conflictueuze voorgeschiedenis van het medewerkersbetrokkenheidsonderzoek/oo, zo is onze vaste overtuiging.
Er is een aanvankelijk positief begin in mei 2010 met bijbehorende zakelijke discussies. Kernpunt is: moet er alleen een medewerkersbetrokkenheidsonderzoek komen of ook een evaluatie van de organisatieontwikkeling? Men komt er uit: het wordt beide ,een MBO/OO! Ook de Ondernemingsraad adviseert daar positief over.(23-9-2010).
Maar in de verdere vormgeving daarvan zie je de irritaties over en weer langzaam ontstaan en tenslotte omslaan in wantrouwen. Een paar voorbeelden.
De portefeuillehouder is aanvankelijk de mening toegedaan dat de medewerkers de vragenlijst op naam moeten invullen. Onbegrijpelijk tegen de achtergrond van de ophanden zijnde reductie van de formatie. Omdat het onderzoeksbureau ( R&M) zich daartegen verzet en terecht, vervalt uiteindelijk deze optie. Maar de toon is daarmee gezet.
Ook het tot stand komen van de vragenlijst voor de medewerkers kent een merkwaardig verloop. Op een gegeven moment blijkt een aantal vragen die wel waren opgenomen, in de definitieve versie te ontbreken. Deze vragen clusteren vooral rond het beleven van leiding/leidinggevenden.
Omdat de ondernemingsraad vindt dat van de oorspronkelijke vragenlijst waarover een positief advies is afgegeven, wordt afgeweken en verzoekt opnieuw te kunnen adviseren. Dit verzoek wordt uiteindelijk niet ingewilligd.
Omdat de ondernemingsraad het van belang vindt dat er ook inzicht nodig is hoe de medewerkers de doorontwikkeling van de organisatie ervaren, geven zij vlak voor het uitzetten van het onderzoek de medewerkers zelf een viertal vragen mee om die in de open vragen dan maar te beantwoorden. Die vragen gingen over hoe medewerkers het coachend leiderschap ervaren, de tweehoofdige directie, de taakvolwassenheid beoordelen en de verbeteringen in de organisatie. Het verslag geeft slechts een summiere bloemlezing van de antwoorden. Vraag: Best-Open ontvangt graag de volledige weergave van alle antwoorden op de open vragen.
Voorzitter. Wat zich rond het tot stand komen van het MBO/OO onderzoek aftekent is dat een proces van aanvankelijke samenwerking langzamerhand omslaat in een proces van frustratie, ambtelijke tegenstellingen en een ondernemingsraad die zich in haar taak niet serieus genomen voelt. Bestuur en directie komen op steeds grotere afstand te staan van het uitvoerend nivo, de medezeggenschapscultuur brokkelt af ,partijen schuiven als ijsschotsen over elkaar heen en de toenemende afstand vult zich met wantrouwen over en weer. De correspondentie tussen Ondernemingsraad en Wor-bestuurder van december 2011 tot februari 2012, in het bezit van de Raad ,laat dat duidelijk zien. Ook de scores in het MBO onderzoek toen dat gebrek aan vertrouwen duidelijk aan en ook de beleving van de OR door het management is unaniem negatief gescoord.
Tegen deze achtergrond van wantrouwen en frustratie is pas goed te begrijpen wat het escalerend effect op dit proces is van de interventies van de portefeuillehouder al dan niet namens het college. Op de eerste plaats door het inschakelen van bureau Hoffman, na het lekken. Voor alle duidelijkheid: Best-Open keurt lekken niet goed. Punt uit! Maar het inschakelen van dat bureau tegen de door mij geschetste achtergrond is onverantwoord te noemen vanwege de gevolgen voor de gehele organisatie en de sfeer van wantrouwen die zo’n onderzoek nu eenmaal met zich meebrengt. Ook het schorsen van de voorzitter van de ondernemingsraad en alle stappen daarna tegen hem zijn disproportioneel en daarmee onverantwoord. Ik praat zijn handelen niet goed maar dat erkent hij zelf achteraf ook. De 110 verzamelde interne steunbetuigingen voor hem bij de 130 aanwezige medewerkers zijn niet uit te leggen als steun voor zijn handelen ,wel als een indringend verzoek om respectvol te zijn, juist naar hem. Maar wat doet de portefeuillehouder? Op zoek gaan naar de organisator van deze steunbetuiging in plaats van het signaal te begrijpen. Het had zover nooit mogen komen. En afhankelijk van de bevindingen van Hoffman zijn nog andere disciplinaire maatregelen in het vooruitzicht gesteld. Naar wie? Dat hangt nog in de lucht.
Tegen deze achtergrond begrijp ik ook de felle, afwijzende reactie van het College op het initiatief van Best-Open om, samen met andere partijen, met de ondernemingsraad te gaan praten. Natuurlijk ben ik me bewust van het bijzondere van deze stap. Slechts zeer bijzondere overwegingen mogen daar aanleiding voor zijn. En die waren er. Zeker achteraf gezien. Want als je een college tegenkomt dat vrij krampachtig opereert, voor normale dingen vertrouwelijkheid vraagt of geheimhouding en dat op gestelde vragen, met name van Best-Open mondjesmaat informatie geeft, dan ontstaat de dringende behoefte om zelf op zoek te gaan naar informatie. De twee gesprekken met de ondernemingsraad waren zeer informatief, zowel naar inhoud als naar sfeer. En stelt mij in staat tot een evenwichtige beoordeling van de situatie te komen. Ik ben de ondernemingsraad daarvoor zeer erkentelijk.
Voorzitter, ik kom nu op mijn laatste punt van zorg: de dreigende stagnatie in de doorontwikkeling van de organisatie. Nog onder het vorige college is door de Raad ingestemd met een drastische verandering van de organisatie. Vermindering van het aantal lagen in de organisatie en verhoging van competenties op met name uitvoerend nivo waren de sleutelwoorden. Op een partij na,D66, keurde de Raad de houtskoolschets en alles wat daarbij nodig was, waaronder financiļ¿½le middelen, goed. Als enige collegelid verklaarde ik, desgevraagd , mij bereid mijn politieke lot aan het welslagen te verbinden. Ik geloofde er in en geloof er nog in. Maar iedereen wist toen al dat een nieuwe structuur niet vanzelf werkt en met name om een cultuuromslag vroeg. Terecht schaarde de Raad zich bijna unaniem achter het amendement van Best-Open om de Raad ieder kwartaal te informeren over de voortgang van de doorontwikkeling en de geboekte vooruitgang met feiten en cijfers te onderbouwen. En ook om een jaar na invoering een MBO-onderzoek te houden en zo aan de Raad te presenteren dat er conclusies waren te trekken over verbetering in vertrouwen, sturing, cultuur, sfeer, kwaliteit en samenwerking. En met het de laan uitsturen van OD-consult ,ligt het organisatieontwikkelingstraject stil.
Vraag: hoe en met wie denkt het college het organisatieontwikkelingstraject op korte termijn op te pakken?
Bij het opstellen van het profiel van de waarnemend burgemeester is door de fractievoorzitters met nadruk gevraagd om iemand die beschikte over de ervaring ,de bestuurlijke en persoonlijke kwaliteiten aan dit proces leiding te geven, expliciet vastgelegd in een portefeuilleverantwoordelijkheid voor personeelszaken. Wij vragen dan ook aan deze portefeuillehouder zich politiek verantwoordelijk te stellen en aan de Raad verantwoording af te leggen voor de voortgang en de resultaten van de doorontwikkeling van de organisatie en de daarvoor beschikbaar gestelde, ruime middelen.
Voorzitter. De doorontwikkeling van de organisatie is in een kritische fase gekomen. De resultaten van het MBO-onderzoek laten op sommige terreinen weliswaar vooruitgang zien maar op de onderdelen vertrouwen, leiding en sturing zijn de scores zeer zorgelijk. In de beoordeling van het college wordt deze zorg niet gedeeld! En ,zoals gezegd, de voortgang van het organisatie-ontwikkelingsproces ligt stil.
Daar komt nog het volgende bij. We staan voor een ingrijpende afslanking van onze organisatie. Omvangrijke, nieuwe taken komen op ons af: de jeugdzorg, de hervormingen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, de decentralisatie van de AWBZ. Met minder middelen meer doen is het parool voor de komende jaren. Dat kan alleen in een organisatie waar het vertrouwen hersteld is, de medezeggenschapscultuur gekoesterd en partijen elkaar vinden in wederzijds respect.
Voor Best Open is het de grote vraag of het college en meer in het bijzonder de portefeuillehouder personeelsbeleid over voldoende gezag en draagvlak beschikt in de organisatie om de broodnodige veranderingen door te kunnen voeren. Om drager en boegbeeld te zijn van het cultuurveranderingsproces. Die vertrouwen vraagt en geeft. Die mensen, van hoog tot laag in de organisatie positief aanspreekt op hun kracht, hun kwaliteiten, hun motivatie en betrokkenheid. Want die zijn er, in ruime mate!!
Het standpunt straks van het college is voor ons cruciaal. Als daaruit blijkt dat men niet in de spiegel wil kijken, niet over de eigen schaduw heen kan stappen, de signalen negeert en door wil gaan op de ingeslagen weg in plaats van een fundamentele koerswending, zullen wij niet aarzelen via een motie de raad om een oordeel te vragen. Herstel van vertrouwen gaat vooraf af welke maatregel dan ook. Het is vijf voor twaalf.
Fractie Best Open
L. Bisschops
Geplaatst op 16 Feb 2012 door Best Open
Content Management Powered by CuteNews